KerninformatieA001_Roodkeelduiker_niet-broedvogel_(Bouwsteen_ten_behoeve_van_het_Strategisch_Plan_Natura_2000)

Deze bouwsteen richt zich op de Roodkeelduiker in de hoedanigheid van niet-broedvogel. In Nederland is deze soort een doortrekker en wintergast, waarna ze broeden in boreale en arctische gebieden van West-Groenland tot Taimyr. In de winter verblijven Roodkeelduikers voornamelijk in de kustwateren van de Noordzee, waar ze ondiepe wateren van tot 10-20 km uit de kust prefereren. Kleinere aantallen overwinteren op de Waddenzee en in de zeearmen van het Deltagebied. In het najaar verblijft de soort vooral in zeegaten en geulen tussen de Waddeneilanden. Ze zijn schaars in het binnenland, waar ze in het verleden (rond 1980) vaak besmeurd waren met olie. Roodkeelduikers foerageren en rusten in losse groepsverbanden op open water. Ze foerageren uitsluitend op vis (4-25 cm lengte, zoals Stekelbaars, Wijting, Kabeljauw), waarbij ze duiken tot een diepte van 15 m en maximaal 25 m. In Nederland verblijft in de winter ca. 1% van de Noordwest-Europese flywaypopulatie.