RapportBroedvogels van de IJsselmonding en het Vossemeer in 2025
In 2025 zijn in opdracht van Staatsbosbeheer de IJsselmonding en het Vossemeer (713,4 ha) gekarteerd op broedvogels. Er zijn vier tot vijf integrale bezoeken gebracht die meest voor zonsopgang aanvingen. Expliciete nachtbezoeken zijn niet gebracht, maar enkele bezoeken zijn zo vroeg gestart dat nachtvogels waargenomen hadden kunnen worden. In de meeste gevallen is gebruik gemaakt van een motorboot of kano, uitgezonderd de oostoever van het Ketelmeer en de Zandjes langs de IJssel. Er is in totaal 175 uur en 13 minuten gespendeerd aan veldwerk, wat neerkomt op een onderzoekintensiteit van 14,7 minuten/ha. Er werden 76 soorten als broedvogel vastgesteld, die allen integraal zijn gekarteerd. Van de aangetroffen soorten staan er zestien op de Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare soorten. Hiervan is één soort aangemerkt als ernstig bedreigd, twee soorten als bedreigd, zeven soorten als kwetsbaar en zes soorten als gevoelig. De top vijf van meest algemene soorten bestaat uit Kleine Karekiet (458 territoria), Grauwe Gans (277), Tuinfluiter (233), Zwartkop (206) en Tjiftjaf (202). In vergelijking met voorgaande jaren wordt uitgebreid ingegaan op de ontwikkelingen van de eilanden sinds de aanleg vanaf 1997 in de moerasdelta van het Ketelmeer en Vossemeer. In de beginjaren waren dit uitgebreide zandplaten met pioniersvegetaties, waar grote kolonies meeuwen en sterns te vinden waren en pionierssoorten als Kluten, Kleine- en Bontbekplevieren. Nu ruim 25 jaar later zijn de eilanden bebost geraakt en komen er uitgebreide waterrietvelden en lisdoddevegetaties voor. Op deze eilanden hebben bossoorten als Havik, Grote Bonte Specht, Wielewaal en Appelvinken zich gevestigd. In de struweelzones komen hoge dichtheden voor van Nachtegaal en floreren soorten als Tuinfluiter en Zwartkop. Ook de Zeearend heeft zich sinds 2015 gevestigd op de Kattenplaat. Beschermingsmaatregelen zoals het plaatsen van anti-vraatrasters hebben in het Ketelmeer gezorgd voor behoud en uitbreiding van het stromingsriet, waar de Grote Karekiet zich de laatste jaren weet te handhaven en Woudaap is verschenen. Veel moerasvogels doen het goed in het Ketelmeer, met toenames van enkele kritische moerasvogels, zoals de Roerdomp, Snor en Rietzanger, die overigens landelijk ook positieve trends laten zien. Van het voormalige bolwerk van de Buidelmees is weinig tot niets meer over. Deze is in overeenstemming met de landelijke situatie, waar in 2024 nog maar negen territoria werden doorgegeven in heel Nederland.
- Uitgever
- Sovon Vogelonderzoek Nederland (Nijmegen)
- Rapportnr
- 2025/90